bijlage 26.7.a bij
26.7 Aspectontwikkeling
Spiegelwerking van de bolle spiegel
Een reël beeld
Bij de holle en de bolle spiegel zijn ieder zeven verschillende vormen van reflectie mogelijk.* Bij de bolle spiegel is een van de zeven beelden virtueel, de andere zes zijn reëel. De stralengang van het ene virtuele beeld is hieronder gegeven.
Het beeld
De persoon P krijgt in de spiegel een verkleinde weergave van de omgeving (en van zichzelf) te zien. Hij ziet de objectiviteit als een onderdeel van zijn eigen virtuele werkelijkheid. Deze spiegeling werkt dus altijd divergerend.

fig. 22.18.c Het virtuele beeld in een bolle spiegel
De bolle spiegel
Bij een bolle spiegel ligt het brandpunt achter het spiegelvlak. Het Ik bolt zichzelf hier op, krult als het ware om zichzelf heen en toont de omgeving kleiner dan hij is. De toeschouwer krijgt in deze spiegel overzicht over een groter gebied, zoals bij een autospiegel.
Positie
De persoon die in de bolle spiegel kijkt staat niet aan dezelfde kant als het middelpunt en het brandpunt van de spiegel. Daarmee ontstaat in de bolle spiegel van een reëel voorwerp of persoon altijd een virtueel beeld.
Voor een goed begrip van de Subjectstructuur is deze positie van belang. (22.18)
Overige spiegelingen in de bolle spiegel
De zes overige spiegelingen in de bolle spiegel ontstaan wanneer:
2. wanneer de persoon oneindig ver weg staat. Het beeld staat dan in brandpunt F.
3. de (met behulp van een andere spiegel geprojecteerde) persoon tussen de spiegel en het brandpunt in staat .
4. de (virtuele) persoon in het brandpunt staat
5. de (virtuele) persoon tussen het bandpunt en het middelpunt staat
6. de (virtuele) persoon in het middelpunt staat
7. de (virtuele) persoon achter het middelpunt staat.
-.-.-.-.-
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,